U bent nu hier: Wettenbank
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
[Regeling vervallen per 15-11-2011.]Geraadpleegd op 04-12-2024. Gebruikte datum 'geldig op' 01-01-2011 en zichtdatum 03-12-2024. Geldend van 01-04-2010 t/m 14-11-2011
Regeling ter uitvoering van de artikelen 21, 26, 27 en 39 van het Besluit spoorwegpersoneel (Regeling spoorwegpersoneel)
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op de artikelen 21, 26, 27 en 39 van het Besluit spoorwegpersoneel;
Besluit:
[Regeling vervallen per 15-11-2011]
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Besluit: Besluit spoorwegpersoneel;
b. keuring: medische keuring of psychologische keuring als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het Besluit spoorwegpersoneel;
c. keuringsinstituut: een door de minister aangewezen keuringsinstituut, als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van het Besluit spoorwegpersoneel;
d. arts-deskundige: een door de minister aangewezen gespecialiseerde arts;
e. praktijkprogramma: programma, als bedoeld in artikel 21 van het Besluit spoorwegpersoneel;
f. exameninstituut: een exameninstituut als bedoeld in artikel 20, vierde lid, van het Besluit spoorwegpersoneel.
Voorafgaand aan de keuring controleert de keuringsarts:
a. de identiteit van de keurling aan de hand van een geldig identiteitsbewijs;
b. indien het niet de eerste keuring betreft: de voorafgaande verklaring van medische geschiktheid of psychologische geschiktheid van de keurling.
1 De medische keuring vindt plaats met inachtneming van de eisen, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
2 Indien de keurling in geringe mate niet aan één of meerdere van de bij deze regeling vastgestelde medische eisen voldoet, kan de keurling desondanks ten aanzien van de betreffende eis of eisen zonder voorwaarden of beperkingen worden goedgekeurd, indien:
a. de keuringsarts vaststelt dat de keuringseis waaraan niet wordt voldaan voldoende wordt gecompenseerd;
b. een veilige uitvoering van de functie hierdoor niet wordt belemmerd; en
c. een arts-deskundige aan de keuringsarts schriftelijk heeft geadviseerd om de keurling ten aanzien van deze keuringseis goed te keuren.
3 Het keuringsinstituut stelt de minister op een niet tot de persoon herleidbare wijze in kennis van elke toepassing van het tweede lid.
De psychologische keuring vindt plaats met inachtneming van de eisen, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
1 Voorwaarden met betrekking tot de medische dan wel psychologische geschiktheid, bedoeld in artikel 29, derde lid, van het Besluit spoorwegpersoneel, kunnen functioneel of beheersmatig van aard zijn.
2 Beheersmatige voorwaarden hebben betrekking op:
a. het beperken van de normale geldigheidsduur van de keuringsuitslag;
b. het voorschrijven van een tussentijdse beoordeling;
c. het melden van vermoede of gebleken negatieve veranderingen;
d. andere geschikte conditiebeheersende maatregelen en voorwaarden; ten aanzien van de omstandigheid welke tot de voorwaarde aanleiding gaf.
3 Functionele voorwaarden kunnen betrekking hebben op:
a. de plaatsen en tijden waarop de taak mag worden uitgeoefend;
b. de wijze waarop en de middelen waarmee de taak mag worden uitgeoefend;
c. het gebruik van hulpmiddelen;
d. de aanwezigheid van andere personen en de kwalificaties waaraan die moeten voldoen; en
e. andere voorzieningen voor de wijze van taakuitvoering.
1 Wanneer de afgifte van een verklaring van medische geschiktheid of psychologische geschiktheid wordt geweigerd, deelt de keuringsarts dit aan de keurling mede onder vermelding van de reden(en) tot afkeuring.
2 De keuringsarts deelt tevens mede dat de keurling het recht heeft zich te laten herkeuren door het door de minister aangewezen herkeuringsinstituut.
1 Een herkeuring wordt door de keurling aangevraagd bij het keuringsinstituut dat de keuring in eerste aanleg heeft verricht.
2 Indien een keurling een herkeuring aanvraagt naar aanleiding van een keuringsuitslag waarover door de keuringsarts geen advies is gevraagd aan een arts-deskundige, vraagt de keuringsarts aan de arts-deskundige alsnog advies.
3 Indien het advies van de arts-deskundige voor de keuringsarts geen aanleiding geeft de keuringsuitslag te herzien, zendt het keuringsinstituut de keuringsuitslag naar het door de minister aangewezen herkeuringsinstituut.
4 De uitslag van de herkeuring komt in de plaats van de uitslag van de keuring in eerste aanleg.
5 Het instituut dat de herkeuring verricht, zendt een afschrift van de uitslag aan het keuringsinstituut dat de aanvraag voor herkeuring heeft ingediend.
1 Het keuringsinstituut bewaart de op een keuring betrekking hebbende documenten ten minste 6 jaar.
2 Het keuringsinstituut geeft deze documenten uitsluitend door aan een opvolgende keuringsorganisatie met de voorafgaande schriftelijke toestemming van de keurling.
1 Indien de keurling ten tijde van de keuring ongeschikt is vanwege een tijdelijke medische of psychologische conditie die in verband staat met de keuringseisen en die conditie na het doorlopen van een voor die conditie normaal herstelproces niet meer aanwezig is en er geen andere redenen zijn om betrokkene ook nadien ongeschikt te beoordelen wordt aan de uitslag ‘geschikt’ de woorden ‘na herstel’ toegevoegd.
Deze vermelding is niet nodig als het een conditie betreft die niet rechtstreeks verband houdt met de keuringseisen en de geschiktheid voor de taak, en de conditie naar zijn aard tijdelijk en voorbijgaand is.
2 Indien de keurling ten tijde van de keuring ongeschikt is vanwege een tijdelijke medische of psychologische conditie en niet voorzienbaar is of de geschiktheid na het herstelproces weer terugkeert wordt als keuringsuitslag vermeld ‘ongeschikt – herbeoordeling na herstel’.
1 Van de bij deze regeling vastgestelde medische eisen kan door de minister ontheffing worden verleend indien daarmee een veilige uitoefening van de functie niet in gevaar komt.
2 De ontheffing wordt aangevraagd door de keuringsarts en gaat vergezeld van een advies van de arts-deskundige.
3 Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.
4 Indien ontheffing is verleend, wordt dit op de verklaring van medische geschiktheid vermeld.
De minister kan richtlijnen geven omtrent de toepassing van de artikelen 3 en 4 van deze regeling.
1 Een machinist in opleiding volgt een praktijkprogramma onder begeleiding van een mentor-machinist.
2 Een mentor-machinist is een machinist die:
a. bevoegd is tot uitoefening van de veiligheidsfunctie van machinist met volledige of beperkte bevoegdheid, als bedoeld in artikel 4 van het Besluit;
b. ten minste twee jaar praktijkervaring heeft met de taak waarvoor hij een machinist in opleiding praktijkinstructies geeft;
c. vaktheoretische kennis heeft;
d. didactisch geschoold is voor het geven van praktijkinstructie;
e. volgens een instructieplan begrijpelijk en adequaat praktijkinstructie kan verzorgen;
f. in staat is vorderingen te beoordelen en daarover te rapporteren.
3 Een machinist in opleiding krijgt in het praktijkprogramma instructies van ten minste twee mentor-machinisten. De koppeling aan een mentor-machinist vindt zoveel mogelijk aaneengesloten plaats voor perioden van ten minste vijf dagen.
4 Een praktijkprogramma kan tevens plaatsvinden onder begeleiding van een vakinhoudelijk leidinggevende, als bedoeld in artikel 38 van het Besluit, of een instructeur voor wie het opleiden van machinisten de hoofdtaak is.
1 De machinist in opleiding kan deelnemen aan het praktijkprogramma indien hij het spoorvoertuig in de praktijk kan bedienen en voldoende kennis heeft van de verkeersvoorschriften.
2 Het praktijkprogramma wordt gehouden op de emplacementen en trajecten waar de machinist in opleiding in de eerste zestig dagen nadat hij voor zijn examen is geslaagd zal gaan rijden. Hij berijdt elk van deze trajecten en emplacementen ten minste eenmaal per dag in beide richtingen.
3 De gezamenlijke lengte van de te berijden trajecten bedraagt ten hoogste 250 kilometer.
4 Het praktijkprogramma wordt ingericht volgens een instructieplan, dat erop is gericht om de machinist in opleiding zoveel mogelijk te confronteren met in de normale treindienst weinig voorkomende handelingen, werkwijzen en voorvallen.
1 De duur van het praktijkprogramma van de machinist beperkte bevoegdheid kan worden verkort tot 20 dagen als hij:
a. dienst doet met slechts één materieeltype; of
b. ten minste één jaar ervaring heeft in een andere veiligheidsfunctie in het vervoerproces op de plaats waar hij dienst gaat doen; of
c. dienst doet op een lokatie zonder doorgaand treinverkeer.
2 De duur van het praktijkprogramma voor de machinist volledige bevoegdheid kan worden verkort tot 20 dagen als de machinist ten minste één jaar heeft dienstgedaan als machinist beperkte bevoegdheid.
3 De duur van het praktijkprogramma voor de machinist volledige bevoegdheid kan voorts worden verkort tot 20 dagen als wordt gereden:
a. in de reizigersdienst met slechts één materieeltype en maximaal acht rijtuigbakken; of
b. in de goederendienst met een enkele locomotief van één type met goederentrein; of
c. een onderhoudsvoertuig met bijbehorende wagens;
en wordt gereden vanuit een standplaats in de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland en Utrecht over trajecten van samen ten hoogste 50 km of buiten de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland en Utrecht over trajecten van samen ten hoogste 100 km.
4 De beperking tot één materieeltype tijdens het praktijkprogramma en de navolgende 60 dagen wordt verruimd tot twee materieeltypen als het praktijkprogramma met 10 dagen wordt verlengd en met beide materieeltypen ten minste 10 dagen is dienstgedaan.
5 De beperking tot één materieeltype geldt niet voor machinisten die uitsluitend rijden met onderhoudsmachines met bijbehorende wagens.
6 Als beperking in trajecten geldt voor hen, in afwijking van artikel 13 en van het eerste en derde lid dat zij:
a. trajecten waarop de eerste 60 dagen na hun examen zelfstandig gaan rijden met onbeperkte snelheid, ten minste 20 keer in beide richtingen hebben bereden;
b. andere trajecten mogen berijden als waren zij een machinist met beperkte bevoegdheid.
De minister kan ontheffing verlenen van het bepaalde in de artikelen 12 tot en met 13a.
Deze paragraaf is van toepassing op een aanvraag van een migrerende beroepsbeoefenaar tot het verkrijgen van een erkenning van beroepskwalificaties voor de toegang tot de uitoefening van een veiligheidsfunctie als bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met f van het Besluit spoorwegpersoneel.
1 De aanvraag wordt ingediend bij het exameninstituut.
2 De aanvraag bevat de documenten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties.
1 Indien de aanvrager niet voldoet aan de Nederlandse eisen voor het uitoefenen van de veiligheidsfunctie stelt het exameninstituut vast op welk terrein de aanvrager de aanpassingsstage doorloopt of in overeenstemming met welke examenvakken de aanvrager de proeve van bekwaamheid aflegt, alsmede de termijn waarbinnen dit geschiedt.
2 Het exameninstituut kan ten behoeve van het afgeven van de erkenning bepalen dat de aanpassingsstage of de proeve van bekwaamheid wordt beoordeeld door een door hem aan te wijzen examencommissie.
De aanvrager maakt zijn keuze voor een aanpassingsstage of proeve van bekwaamheid vooraf kenbaar aan het exameninstituut.
Een aanvraag als bedoeld in artikel 14b, eerste lid, wordt afgewezen indien de aanpassingsstage, dan wel de proeve van bekwaamheid, als onvoldoende is beoordeeld.
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit spoorwegpersoneel in werking treedt.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling spoorwegpersoneel.
Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Minister
K.M.H. Peijs
[Red: Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en bij de Inspectie van Verkeer en Waterstaat.]
Voor een permanente link naar de door u bekeken versie, inwerkinggetreden op , kopieer één van de onderstaande links of verfijn de link in de Linktool.
Met behulp van de Linktool van LiDO is het mogelijk om een bredere link of een meer gedetailleerde link te maken.
Ga naar de Linktool
Op linkeddata.overheid.nl zijn onderstaande relaties bekend.
Er is geen andere versie beschikbaar waarmee u de huidige geselecteerde versie, inwerkinggetreden op , kan vergelijken.
Selecteer een andere versie van de regeling waarmee u de huidige versie , inwerkinggetreden op , wilt vergelijken.
Vergelijken van "Regeling spoorwegpersoneel", inwerkinggetreden op , met versie die inwerking is getreden op .
Doordat er een grote regeling is gekozen kan de vergelijking enkele minuten duren.
U kunt kiezen voor het toevoegen van de wetstechnische informatie aan de tekst.
U kunt kiezen in welk formaat de tekst geëxporteerd wordt.
U kunt de tekst inclusief afbeeldingen exporteren. De afbeeldingen worden dan met de tekst in een .zip-bestand geleverd
Via deze link kunt u meer informatie krijgen over de Europese richtlijn of verordening waarnaar in de tekst van de regeling verwezen wordt, inclusief de tekst daarvan. U wordt hiervoor doorgeleid naar EUR-LEX, de online databank van de Europese Unie waarin de Europese wetgeving is opgenomen.