Besluit opleidingseisen apotheker

Geraadpleegd op 12-01-2025. Gebruikte datum 'geldig op' 04-02-2004 en zichtdatum 22-12-2024.
Geldend van 01-12-1997 t/m 30-06-2007

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 2

Om in het krachtens artikel 3 van de wet ingestelde register van apothekers te kunnen worden ingeschreven, is vereist het bezit van een door een universiteit als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek uitgereikt getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene met goed gevolg het examen heeft afgelegd ter afsluiting van een opleiding tot apotheker die voldoet aan de artikelen 3 en 4 van dit besluit.

§ 2. Opleidingseisen

Artikel 3

  • 1 De opleiding tot apotheker omvat theoretisch en praktisch onderwijs alsmede een stage van ten minste 6 maanden in een openbare apotheek of een ziekenhuisapotheek.

  • 2 Het theoretische en praktische onderwijs omvat ten minste de volgende vakken:

    • a. biologie;

    • b. natuurkunde;

    • c. algemene, anorganische, organische en analytische scheikunde, daaronder begrepen de analyse van biologisch materiaal;

    • d. farmaceutische scheikunde, daaronder begrepen de geneesmiddelenanalyse;

    • e. biochemie, medische biochemie daaronder begrepen;

    • f. anatomie, fysiologie, pathologie en klinische chemie;

    • g. medische terminologie;

    • h. microbiologie;

    • i. farmacologie, met inbegrip van farmacokinetiek, farmacotherapie, en klinische farmacie;

    • j. farmaceutische technologie en biofarmacie;

    • k. toxicologie;

    • l. farmacognosie;

    • m. beroepsethiek;

    • n. informatisering.

Artikel 4

De opleiding tot apotheker is zodanig ingericht dat de betrokkene:

  • a. voldoende kennis verwerft:

    • 1°. van in de handel gebrachte geneesmiddelen en de voor hun bereiding gebruikte substanties, alsmede van de bereiding van geneesmiddelen in hun farmaceutische vorm;

    • 2°. van de natuurkundige, scheikundige, biologische en microbiologische controle op geneesmiddelen;

    • 3°. van het metabolisme, de uitwerking van geneesmiddelen, de werking van toxische stoffen en het gebruik van geneesmiddelen;

    • 4°. om wetenschappelijke gegevens omtrent geneesmiddelen te kunnen beoordelen en op grond daarvan ter zake dienende inlichtingen te kunnen verstrekken;

    • 5°. van de regelgeving, voor zover van belang voor de farmaceutische beroepsuitoefening;

    • 6°. van medische hulpmiddelen, voor zover van belang voor de farmaceutische beroepsuitoefening;

    • 7°. van de structuur en de financiering van de gezondheidszorg;

    • 8°. van het opslaan, bewaren en distribueren van geneesmiddelen;

    • 9°. van informatie- en registatiesystemen;

  • b. voldoende vaardigheid verwerft in:

    • 1°. het communiceren en samenwerken met andere werkers in de gezondheidszorg;

    • 2°. het geven van voorlichting en advies omtrent het gebruik van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen aan zorgverleners en patiënten;

    • 3°. de praktijkvoering als apotheekhoudende;

    • 4°. de bereiding van geneesmiddelen in hun farmaceutische vorm.